February 8, 2026
3:30
February 22, 2025
February 8, 2026
3:30

De handtekening onder het huurcontract of de koopakte is gezet, de sleuteloverdracht is gepland en de droom van een nieuw thuis begint werkelijkheid te worden. Echter, voor veel mensen begint op dat moment pas de grootste financiële uitdaging van het verhuisproces: de inrichting. In 2026 zijn de kosten voor meubilair, stoffering en decoratie aanzienlijk beïnvloed door de inflatie en de gestegen logistieke kosten. Waar men vroeger met een paar duizend euro een heel eind kwam, vraagt de inrichting van een gemiddelde woning in 2026 om een scherpere budgettering en strategische keuzes.
Of je nu voor het eerst op kamers gaat, ji eerste appartement betrekt of verhuist naar een gezinswoning; de kosten voor de inrichting zijn vaak de post die het meest wordt onderschat. In dit artikel ontleden we de werkelijke kosten van het inrichten van een woning in 2026.
Voordat er ook maar één bank in de kamer staat, moet de basis van de woning op orde zijn. In Nederland worden veel woningen (vooral huurwoningen in de vrije sector en sociale sector) "kaal" opgeleverd.
De woonkamer is meestal de duurste ruimte om in te richten, omdat hier de grootste en meest gebruikte meubelstukken staan.
In 2026 kost een kwalitatieve driezitsbank gemiddeld tussen de € 1.200 en € 2.000. Voeg daar een salontafel (€ 200), een tv-meubel (€ 300) en een eettafel met vier stoelen (€ 1.000) aan toe, en het budget loopt snel op. Voor een complete woonkamerinrichting van gemiddelde kwaliteit, denk aan een mix van bekende woonwarenhuizen en speciaalzaken, moet je rekening houden met een bedrag van € 4.000 tot € 6.500.

Een goede nachtrust is onbetaalbaar, maar de uitrusting daarvoor heeft in 2026 een duidelijk prijskaartje. Een degelijk tweepersoonsbed (boxspring of frame) inclusief een kwaliteitsmatras kost gemiddeld € 1.500 tot € 2.800.
Vergeet daarnaast de opbergruimte niet. Een ruime kledingkast met schuifdeuren of een modulair systeem kost in 2026 al snel € 800 tot € 1.500. Met beddengoed, nachtkastjes en een dekbed erbij komt de totale inrichting van de hoofdslaapkamer uit op circa € 3.000 tot € 5.000. Voor eventuele extra slaapkamers of een werkkamer kunt je rekenen op ongeveer de helft van dit bedrag per kamer.
Als de woning niet is voorzien van inbouwapparatuur, of als je verhuist naar een plek waar je zelf voor de "witte goederen" moet zorgen, is dit een zware post.

Het zijn de kleine dingen die een huis als een thuis laten voelen, maar deze tellen financieel hard op. Planten, sierkussens, een vloerkleed, spiegels en schilderijen vormen samen de "finishing touch". Experts adviseren om hiervoor ongeveer 10% tot 15% van ji totale inrichtingsbudget te reserveren. Voor een gemiddelde woning betekent dit een bedrag van € 1.000 tot € 2.000.
Daarnaast zijn er de praktische zaken: een stofzuiger, een strijkplank, gereedschap voor de montage en schoonmaakartikelen. Deze post "overig" kost gemiddeld € 500.
Wanneer we alle posten bij elkaar optellen voor een gemiddeld Nederlands appartement (ca. 70 m², 3 kamers) met een nieuwe inrichting van gemiddelde kwaliteit, komen we op de volgende schattingen:
Deze bedragen laten zien dat de inrichting vaak een tweede "aanbetaling" is op de woning. In 2026 kiezen steeds meer mensen voor een hybride vorm: investeren in een goed matras en een bank, terwijl bijzettafels en kasten via de circulaire markt (tweedehands) worden verkregen om de kosten te drukken.
Het budgetteren voor de inrichting begint bij het maken van een prioriteitenlijst. In 2026 is de belangrijkste les dat "instapklaar" ook voor ji portemonnee een relatief begrip is. Door de kosten per ruimte uit te splitsen en rekening te houden met de huidige marktprijzen, voorkomt je dat je in een prachtig huis woont maar op een kampeerstoel moet zitten omdat het budget op is.