February 3, 2026
3:30
May 1, 2023
February 5, 2026
3:40

Wie de afgelopen jaren een weekendje weg wilde boeken in Amsterdam, Utrecht of Den Haag, heeft het gemerkt: het aanbod op platforms zoals Airbnb is in bepaalde wijken flink uitgedund of aan strenge regels gebonden. Waar het ooit begon als een sympathiek idee – een kamer verhuren om een extra zakcentje te verdienen en toeristen een lokale ervaring te bieden – is de vakantieverhuur uitgegroeid tot een miljardenindustrie die de leefbaarheid van steden onder druk zet.
Lokale overheden in Nederland grijpen steeds harder in. Van een totaalverbod in bepaalde wijken tot een strikt maximum aantal nachten per jaar: de regels worden bijna overal aangescherpt. Maar waarom ziet de overheid Airbnb als een probleem in plaats van een economische kans? De redenen zijn diepgeworteld in de woningcrisis, de leefbaarheid van wijken en de eerlijkheid van de markt.
De belangrijkste drijfveer voor de beperkingen is de enorme krapte op de Nederlandse woningmarkt. We kampen met een woningtekort van honderdduizenden huizen. In dat licht vinden veel gemeenten het onverteerbaar dat woningen die bedoeld zijn voor permanente bewoning, worden onttrokken aan de markt om te dienen als "illegaal hotel".
Wanneer een eigenaar zijn appartement in het centrum van Amsterdam voor €200 per nacht via Airbnb kan verhuren, levert dat veel meer op dan de maandelijkse huur van een vaste bewoner. Dit zorgt ervoor dat beleggers woningen opkopen puur voor de vakantieverhuur. Hierdoor stijgen de koopprijzen voor starters en blijven er voor mensen die in de stad willen wonen en werken – zoals leraren, verpleegkundigen en politieagenten – geen betaalbare opties over. Door Airbnb te beperken, hopen gemeenten dat deze woningen weer beschikbaar komen voor reguliere verhuur of verkoop.

Een wijk is meer dan een verzameling gebouwen; het is een sociale structuur. In buurten waar vakantieverhuur de overhand neemt, verandert het karakter van de straat volledig. Dit fenomeen wordt ook wel "Disneyficatie" genoemd.
In appartementencomplexen waar de helft van de woningen via Airbnb wordt verhuurd, kennen buren elkaar niet meer. In plaats van een buurman die de pakketjes aanneemt of een praatje maakt, zie je elke drie dagen nieuwe gezichten met rolkoffers door de hal lopen. Dit tast het veiligheidsgevoel en de sociale controle in een buurt aan.
Toeristen hebben een ander ritme dan mensen die de volgende ochtend om acht uur op hun werk moeten zijn. Harde muziek, luidruchtig thuiskomen na een avond stappen en het verkeerd aanbieden van afval zijn veelgehoorde klachten. Voor een toerist is het een eenmalig feestje, maar voor de vaste bewoner is het een constante bron van stress. Gemeenten beschermen de bewoners door de druk van het toerisme in de woonwijken te verlagen.
Een ander argument van de lokale overheid is het creëren van een gelijk speelveld. Hotels moeten voldoen aan extreem strenge regels op het gebied van brandveiligheid, hygiëne en personeelsbeleid. Bovendien dragen zij fors af aan belastingen.
Particuliere verhuurders via platforms als Airbnb ontwijken deze regels vaak. Een woning is niet gebouwd als hotel; er zijn vaak geen nooduitgangen met verlichting, brandwerende deuren of professionele blussystemen. Door Airbnb-verhuurders te verplichten zich te registreren en toeristenbelasting af te dragen, proberen steden de scheve verhouding met de officiële logiessector recht te trekken. De registratieplicht, die inmiddels landelijk geldt, is een machtig wapen voor gemeenten om te controleren wie wat verhuurt.

In het begin was het voor gemeenten dweilen met de kraan open. Er was geen zicht op wie er verhuurde en hoe vaak dat gebeurde. Tegenwoordig zijn de regels veel concreter:
Wanneer een verhuurder zich niet aan de regels houdt, volgen er torenhoge boetes die soms in de tienduizenden euro's lopen. Gemeenten zetten zelfs speciale handhavingsteams in die op basis van data van de platforms en tips van buren actief op jacht gaan naar illegale hotels.
Zeker niet. De overheid wil vooral de "commerciële vakantieverhuur" aanpakken waarbij hele woningen het hele jaar door als hotel worden gebruikt. De oorspronkelijke gedachte van Airbnb – een kamer in je eigen huis verhuren terwijl je zelf ook aanwezig bent (de zogenaamde Bed & Breakfast-vorm) – wordt vaak nog wel gestimuleerd of minder streng gereguleerd. Op die manier blijft de sociale interactie behouden en is er controle op het gedrag van de gasten, zonder dat er een complete woning aan de markt wordt onttrokken.
De strijd tegen Airbnb is in Nederland dus vooral een strijd voor de ziel van de stad. Overheden willen voorkomen dat historische centra veranderen in zielloze pretparken waar alleen nog plek is voor rijke toeristen en beleggers. Door de regels aan te scherpen, kiezen ze partij voor de burger die een betaalbaar dak boven zijn hoofd zoekt en een rustige nachtrust in zijn eigen straat verlangt.