Wekelijk tips ontvangen om slagen in je woningzoektocht? Schrijf je in voor onze Nieuwsbrief

Join the community — Get Updates and Tips

Regular updates ensure that readers have access to fresh perspectives, making Poster a must-read.

Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

August 5, 2023

February 6, 2026

3:30

Waarom zijn energiezuinige woningen duurder?

In de woningmarkt van 2026 is het energielabel niet langer een abstracte letter op een certificaat; het is een van de belangrijkste prijsbepalers van vastgoed geworden. Wie een woning met label A of hoger zoekt, ziet vaak prijskaartjes die tienduizenden euro’s boven die van vergelijkbare woningen met een lager label liggen. Een woning met label A verkoopt inmiddels voor gemiddeld 12% tot 15% meer dan een identiek huis met label G.

Maar waarom is dat verschil zo groot? Is het simpelweg een kwestie van vraag en aanbod, of schuilen er diepere economische en technologische redenen achter deze "groene premie"? Het antwoord ligt in een combinatie van hogere stichtingskosten, grotere leencapaciteit en de harde realiteit van de maandelijkse energierekening.

De kosten van technologie en materialen

De meest directe reden voor de hogere prijs is de investering die nodig is om een woning energiezuinig te maken of te bouwen. Een energiezuinige woning in 2026 is een complex technisch systeem.

  • Isolatie: Hoogwaardige isolatie in daken, muren en vloeren vereist niet alleen duurdere materialen (zoals PIR-platen of ecologische isolatie met een hoge Rd-waarde), maar ook meer arbeidsuren voor een luchtdichte afwerking.
  • Beglazing: Waar vroeger dubbel glas de norm was, is in 2026 HR+++ (triple) glas de standaard voor energiezuinige woningen. Dit glas is zwaarder, duurder en vereist vaak sterkere kozijnen.
  • Installaties: Een warmtepomp, een geavanceerd ventilatiesysteem met warmteterugwinning (WTW) en een uitgebreid pakket aan zonnepanelen voegen direct tussen de € 20.000 en € 40.000 aan waarde (en kosten) toe aan een woning vergeleken met een traditionele CV-ketel.

De "Leen-extra": Meer hypotheek voor groen

In 2026 zijn de hypotheekregels in Nederland sterk gekoppeld aan het energielabel. Dit creëert een prijsopdrijvend effect: omdat kopers meer kunnen lenen voor een zuinig huis, stijgt de prijs die ze bereid zijn te betalen.

  • Extra leenruimte: Voor een woning met een A++++ label (met energieprestatiegarantie) mag je in 2026 tot wel € 40.000 extra lenen bovenop je standaard maximale hypotheek op basis van inkomen.
  • Rente-korting: Veel banken bieden een "duurzaamheidskorting" op de hypotheekrente voor woningen met label A of B. Een lagere rente betekent lagere maandlasten, waardoor kopers een hogere koopsom kunnen dragen bij hetzelfde netto budget.

Rekenvoorbeeld: Bij een woning met label G krijgt een koper geen extra leenruimte. Bij een woning met label A krijgt dezelfde koper € 10.000 extra, en bij A++++ zelfs € 40.000. Dit extra kapitaal stroomt direct de markt in en drijft de prijzen van deze specifieke woningen op.

Vermeden kosten en de "Contante waarde"

Kopers in 2026 zijn rekenwonders geworden. Ze kijken niet alleen naar de koopsom, maar naar de totale eigendomskosten.

Een woning met label G brengt een verborgen schuld met zich mee: de renovatieplicht die de EU (via de EPBD-richtlijn) oplegt. Tegen 2030 moeten de slechtste labels verplicht zijn verbeterd. Een koper die een label G huis koopt voor € 400.000 weet dat er direct € 50.000 aan verbouwingskosten aankomt om aan de regels te voldoen.

Een energiezuinige woning is dus duurder omdat de "toekomstige kosten" al zijn afgekocht. Je betaalt nu meer om later de kosten van een warmtepomp of isolatie te vermijden. Bovendien bespaart een A-label woning maandelijks honderden euro's aan energie, wat over een periode van 10 jaar een besparing van € 20.000 tot € 40.000 kan opleveren.

Schaarsheid en marktdynamiek

Hoewel er hard wordt gebouwd en gerenoveerd, is de voorraad "echt groene" woningen in 2026 nog steeds beperkt. Meer dan 50% van de Nederlandse woningvoorraad stamt uit de periode 1965-1985 en is van nature niet energiezuinig.

Omdat de vraag naar zorgeloos, duurzaam wonen enorm is gedreven door zowel milieubewustzijn als de angst voor volatiele gasprijzen ontstaat er een biedingsoorlog op de schaarse A-labels. Woningen met een goed label staan korter te koop en worden vaker fors overboden dan woningen waar "nog veel aan moet gebeuren".

De impact van EU-regelgeving (EPBD)

In 2026 is de europese energy performance of buildings directive volledig verankerd in de Nederlandse wet. Dit heeft een tweeledig effect op de prijs:

  1. Nieuwbouwstandaarden: Nieuwe huizen moeten voldoen aan BENG-eisen (Bijna energie neutrale gebouwen), wat de bouwkosten per $m^2$ structureel heeft verhoogd.
  2. Waardedaling van "bruine" labels: Terwijl de prijzen van groene huizen stijgen, stagneren de prijzen van woningen met label E, F en G. Het prijsgat tussen "groen" en "grijs" wordt dus groter, waardoor de energiezuinige woning relatief veel duurder lijkt.

Het eindoordeel: Een investering in de toekomst

Energiezuinige woningen zijn duurder omdat ze technisch superieur zijn, meer financieringsmogelijkheden bieden en de koper beschermen tegen toekomstige wetgeving en hoge energierekeningen. In 2026 is de "groene premie" geen luxe meer, maar een reflectie van de werkelijke waarde van een toekomstbestendig huis.

Hoewel de instapprijs hoger is, blijkt uit data dat de waardevastheid van deze woningen superieur is. In een markt die afkoelt, behouden de A-labels hun waarde, terwijl de lagere labels als eerste in prijs dalen.

Zou je willen dat ik een berekening voor je maak van de terugverdientijd van een energielabel-upgrade voor een specifiek type woning, inclusief de huidige subsidies voor 2026? Zo zie je precies of de hogere prijs van een energiezuinig huis in jouw geval opweegt tegen de renovatiekosten van een goedkoper pand.