Wekelijk tips ontvangen om slagen in je woningzoektocht? Schrijf je in voor onze Nieuwsbrief

Join the community — Get Updates and Tips

Regular updates ensure that readers have access to fresh perspectives, making Poster a must-read.

Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

September 5, 2025

February 8, 2026

4:25

Hoe beïnvloedt erfenis de huur?

In het Nederland van 2026 is de woningmarkt een complex speelveld waarin juridische status en woonzekerheid nauw met elkaar verbonden zijn. Een van de meest emotionele en juridisch uitdagende scenario's doet zich voor wanneer een huurder van een woning komt te overlijden. Voor de nabestaanden rijst direct de vraag: wat gebeurt er met het huurcontract? Kan de erfgenaam in de woning blijven wonen, of moet het pand onmiddellijk worden ontruimd? De wet biedt hier een specifiek kader dat probeert een balans te vinden tussen de rechten van de erfgenamen en de belangen van de verhuurder.

Het proces van overgang van een huurcontract bij overlijden wordt geregeld in het Burgerlijk Wetboek. In 2026 zijn deze regels strikt, maar ze bevatten ook beschermingsmechanismen voor degenen die hun hoofdverblijf in de woning hadden. In dit artikel analyseren we hoe erfenis en overlijden de huursituatie beïnvloeden.

De automatische beëindiging van de huur

Wanneer een huurder overlijdt die alleen woonde en geen echtgenoot of geregistreerd partner achterlaat die medehuurder is, eindigt de huurovereenkomst in principe niet direct op de dag van overlijden. De wet bepaalt in 2026 dat de huur van rechtswege eindigt aan het eind van de tweede maand na het overlijden.

Dit geeft de erfgenamen de tijd om de woning te ontruimen en de zaken af te wikkelen. Gedurende deze twee maanden zijn de erfgenamen verantwoordelijk voor de huurbetaling en het beheer van de woning. Zij treden juridisch gezien tijdelijk in de plaats van de huurder. Belangrijk om te weten is dat de erfgenamen de huur ook eerder mogen opzeggen, mits zij de reguliere opzegtermijn (meestal één maand) in acht nemen. De verhuurder heeft in deze periode niet het recht om de woning eigenhandig te ontruimen of de sloten te vervangen.

Medehuurderschap en de langstlevende partner

De situatie verandert drastisch als de overleden huurder niet alleen woonde. In 2026 geniet de achterblijvende echtgenoot of geregistreerd partner de hoogste mate van bescherming. Indien zij in de woning hun hoofdverblijf hebben, worden zij automatisch van rechtswege de nieuwe hoofdhuurder.

Dit betekent dat het huurcontract ongewijzigd doorloopt op hun naam. De verhuurder kan dit niet weigeren en mag geen nieuwe voorwaarden of een hogere huurprijs eisen. Voor partners die niet getrouwd zijn en geen geregistreerd partnerschap hebben, is de situatie complexer. Zij moeten kunnen aantonen dat er sprake was van een "duurzame gemeenschappelijke huishouding". In 2026 kijkt de rechter hierbij naar factoren zoals de duur van het samenwonen, gezamenlijke bankrekeningen en de intentie om blijvend samen te leven. Als dit kan worden aangetoond, kan ook deze partner aanspraak maken op voortzetting van de huur.

De positie van inwonende kinderen

Een van de meest pijnlijke aspecten van de woningmarkt in 2026 is de positie van volwassen kinderen die nog bij hun ouders wonen op het moment van overlijden. Volgens de Nederlandse wet wordt de relatie tussen ouder en kind in principe niet beschouwd als een "duurzame gemeenschappelijke huishouding". De aanname is dat kinderen op een gegeven moment uitvliegen.

Wanneer de ouder (de hoofdhuurder) overlijdt, heeft het kind in 2026 niet automatisch het recht om de huur voort te zetten. Dit leidt vaak tot schrijnende situaties waarbij kinderen binnen twee maanden de ouderlijke woning moeten verlaten. Er zijn echter uitzonderingen:

  • Indien het kind kan aantonen dat er een specifieke zorgrelatie was of een intentie om blijvend samen te wonen (bijvoorbeeld bij mantelzorg).
  • Indien de verhuurder (vaak een woningcorporatie) een speciaal beleid heeft voor "weesjongeren" of achterblijvende kinderen.
    In deze gevallen kan de rechter soms bepalen dat de huur mag worden voortgezet, maar de bewijslast ligt zwaar bij het achterblijvende kind.

Erfgenamen en de schulden uit de huur

Erfenis betekent niet alleen het recht op goederen, maar ook de plicht om schulden te vereffenen. Wanneer een huurder overlijdt met een huurachterstand, gaat deze schuld over op de erfgenamen.

Indien de erfgenamen de erfenis zuiver aanvaarden, worden zij in 2026 persoonlijk aansprakelijk voor de openstaande huur en eventuele schade aan de woning die tijdens de huurperiode is ontstaan. Dit is een belangrijk risico. Vaak adviseren juristen om een erfenis 'beneficiair' te aanvaarden. In dat geval worden de huurschulden alleen voldaan uit de bezittingen van de overledene. Als de inboedel en het banksaldo van de overledene niet genoeg zijn om de huurschuld en de kosten voor het herstel van de woning te dekken, hoeven de erfgenamen dit niet uit eigen zak bij te leggen.

Onderhoud en oplevering van de woning

De verplichting om de woning in goede staat op te leveren, is een essentieel onderdeel van het huurrecht dat doorwerkt in de erfenis. Na het overlijden moeten de erfgenamen de woning "leeg en bezemschoon" opleveren, zoals vastgelegd in de oorspronkelijke opnamestaat.

Dit betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor het verwijderen van de inboedel, het herstellen van eventuele zelf aangebrachte voorzieningen (tenzij de verhuurder deze accepteert) en het uitvoeren van kleine reparaties. In 2026 zijn verhuurders streng op de oplevering, omdat de woning vaak direct weer verhuurd moet worden aan de volgende wachtende op de lijst. De kosten voor het ontruimen van een woning kunnen aanzienlijk zijn. Indien de erfgenamen de woning niet tijdig of niet correct opleveren, kan de verhuurder de kosten voor herstel en ontruiming verhalen op de nalatenschap.

De verhuurder als erfgenaam? (Onbeheerde nalatenschappen)

Soms komt het voor dat een huurder overlijdt zonder bekende erfgenamen, of dat alle erfgenamen de erfenis verwerpen. In 2026 spreekt men dan van een onbeheerde nalatenschap.

In dit scenario zit de verhuurder in een lastige positie. Hij mag de woning niet zomaar betreden of leegruimen, omdat de bezittingen van de overledene nog steeds beschermd zijn. De verhuurder moet in dergelijke gevallen contact opnemen met het Rijksvastgoedbedrijf of een vereffenaar laten benoemen door de rechtbank. Pas nadat de wettelijke procedures zijn doorlopen, mag de woning worden vrijgegeven voor een nieuwe huurder. Dit proces kan maanden duren, waarbij de verhuurder inkomsten dinkt te derven. Voor de verhuurder is een overlijden zonder erfgenamen dus vaak een aanzienlijke administratieve en financiële last.

Het snijvlak tussen erfrecht en huurrecht vereist in 2026 een zorgvuldige afweging. Voor nabestaanden is het essentieel om snel te handelen, de aard van de huishouding vast te stellen en een bewuste keuze te maken over de aanvaarding van de nalatenschap.