February 7, 2026
4:00
November 15, 2023
February 7, 2026
4:00

Het is januari 2026 en wie de krantenkoppen volgt, ziet een opmerkelijk fenomeen op de Nederlandse woningmarkt. Terwijl de huizenprijzen na de turbulente jaren '24 en '25 eindelijk een plateau lijken te bereiken door de gestabiliseerde hypotheekrente en strengere leennormen, schieten de huurprijzen in de vrije sector nog altijd als een raket omhoog. Voor veel woningzoekenden voelt dit onrechtvaardig: de drempel om te kopen blijft hoog, terwijl de 'luchtvaart' van huren maandelijks onbetaalbaarder wordt.
Als vastgoedredacteur en adviseur krijg ik vaak de vraag: "Hoe kan het dat mijn huur met 5% stijgt, terwijl de waarde van het huis waar ik in woon nauwelijks nog toeneemt?" Het antwoord ligt in een complexe cocktail van regelgeving, schaarste en de verschuivende rol van de particuliere belegger. In dit artikel ontleden we de mechanismen achter deze scheefgroei in 2026.
In de afgelopen jaren heeft de overheid geprobeerd de huurmarkt te reguleren met de Wet Betaalbare Huur en de uitbreiding van het puntenstelsel (WWS). Hoewel dit voor woningen in het middensegment prijsbescherming bood, heeft het in 2026 een onbedoeld neveneffect gecreëerd.
Veel particuliere verhuurders hebben hun woningen verkocht ("uitponden") omdat het rendement door de regulering en de hogere belastingen in Box 3 niet meer rendabel was. Hierdoor is het aanbod van huurwoningen drastisch gekrompen. Voor de woningen die wél in de vrije sector overblijven (boven de liberalisatiegrens), is de vraag nu zo explosief dat verhuurders de hoofdprijs kunnen vragen.
De reden dat huizenprijzen in 2026 minder hard stijgen dan de huren, heeft alles te maken met financierbaarheid. Een koper is afhankelijk van wat de bank toestaat op basis van inkomen en brondata (via Ockto/iWize).
Bij huren bestaat deze 'muur' niet. Een huurder kan besluiten om 50% of zelfs 60% van zijn netto-inkomen aan huur uit te geven om maar een dak boven het hoofd te hebben, simpelweg omdat er geen alternatief is. Er is geen bank die een huurder vertelt: "Dit is onverantwoord."

Een cruciaal verschil tussen kopen en huren is hoe de prijs wordt aangepast aan de inflatie.
Jaar Gemiddelde huizenprijs – stijging Gemiddelde huurstijging (Vrije sector)
2024 + 3,5% + 5,2%
2025 + 2,1% + 6,8%
2026 (prognose) + 1,8% + 7,5%
In 2026 zien we een sociaal-economische verschuiving. De groep die kan kopen wordt kleiner door de strenge eisen aan eigen geld en verduurzaming. De groep die moet huren starters, gescheiden mensen, arbeidsmigranten groeit hard.
Omdat de bouwproductie van nieuwe huurwoningen door de gestegen bouwkosten en stikstofregels nog steeds achterblijft, ontstaat er een extreme schaarste. Vastgoedbeleggers die wel actief blijven, richten zich op het topsegment waar geen prijsplafonds geleden. Hierdoor stijgt de gemiddelde huurprijs in steden als Eindhoven, Utrecht en Den Haag sneller dan de waarde van de onderliggende stenen.

In 2026 wegen energielabels zwaar mee in de woningwaarde. Een huis met label G daalt in waarde omdat de koper moet investeren. Maar voor de huurder in datzelfde pand stijgen de totale woonlasten juist: de verhuurder mag nog steeds de huur indexeren, terwijl de energierekening voor de huurder astronomisch blijft.
Waarschuwing: In 2026 zien we dat verhuurders die wél verduurzamen (naar label A++++), deze investering vaak direct vertalen in een forse huurverhoging bij een nieuwe mutatie. De huurder betaalt dus de 'duurzaamheidspremie', terwijl de koper diezelfde duurzaamheid financiert tegen een lagere hypotheekrente.
Hoewel de huurmarkt momenteel sneller stijgt, zijn er manieren om de schade te beperken:
De reden dat huren in 2026 harder stijgt dan de huizenprijzen is een pijnlijk samenspel van factoren: een krimpend aanbod door strengere regelgeving voor beleggers, automatische inflatie-indexatie en een kopersmarkt die wordt begrensd door leennormen. Terwijl de huizenprijs wordt bepaald door wat men kan lenen, wordt de huurprijs bepaald door wat men uit pure noodzaak moet betalen.
Voor de lange termijn blijft kopen in 2026 de beste hedge tegen deze stijgende lasten. Je zet je woonlasten immers vast, terwijl de huurder elk jaar opnieuw de rekening gepresenteerd krijgt voor de schaarste op de markt.