February 7, 2026
4:00
October 30, 2023
February 7, 2026
3:30

In de huidige woningmarkt van 2026 praten we vaak over de stijgende huurprijzen of de hoogte van de hypotheekrente. Maar wie echt grip wil krijgen op zijn financiële toekomst, moet verder kijken dan de maandelijkse lasten. De werkelijke "stille dief" van je vermogen, of juist de beschermer ervan, zijn de onderhoudskosten.
Op de lange termijn is het verschil in onderhoudskosten tussen kopen en huren het fundament van je financiële planning. In een tijd waarin bouwmaterialen duurder zijn dan ooit en de energietransitie dwingende eisen stelt aan woningen, is het essentieel om te begrijpen hoe deze kosten zich over 10, 20 of 30 jaar ontwikkelen.
Als huiseigenaar in 2026 ben je zelf verantwoordelijk voor de instandhouding van je bezit. De vuistregel is dat je jaarlijks gemiddeld 1% van de herbouwwaarde van je woning opzij moet zetten voor onderhoud.
Wanneer we dit over een periode van 30 jaar bekijken, zie je dat onderhoud geen lineaire lijn is, maar een reeks 'pieken'. In jaar 15 moet wellicht het dak worden vernieuwd; in jaar 20 de badkamer. In 2026 bedragen de gemiddelde onderhoudskosten voor een eengezinswoning van €500.000 ongeveer €5.000 per jaar. Over 30 jaar praten we dus over een investering van €150.000, exclusief inflatie.
Voor de huurder is de rekensom simpel: de onderhoudskosten zijn inbegrepen in de huurprijs. Dit biedt een enorme financiële rust en voorspelbaarheid.

In 2026 is er een cruciaal verschil ontstaan tussen 'regulier onderhoud' en 'verduurzamingsinvesteringen'. Dit is waar de lange termijn echt interessant wordt.
Een koper die investeert in isolatie en een energielabel A++++, ziet zijn onderhoudskosten op termijn veranderen. Moderne systemen zijn complexer (denk aan WTW-units en hybride installaties), maar ze verhogen de marktwaarde van de woning aanzienlijk. In 2026 is een goed onderhouden, energiezuinig huis een liquide asset die zichzelf terugbetaalt bij verkoop.
Huurders in 2026 in woningen met een slecht energielabel (E, F, G) hebben het nakijken. Hoewel zij niet betalen voor de isolatie, betalen zij wel de hoofdprijs voor de energierekening. De verhuurder heeft minder prikkels om te verduurzamen zolang de woning nog verhuurd mag worden, wat op de lange termijn de totale woonlasten voor de huurder hoger kan maken dan die van een koper.
Kostenpost Koper (Eigenaar) Huurder (Vrije Sector)
Dagelijks onderhoud € 45.000 (schilderwerk, cv, tuin) € 0
Groot onderhoud € 80.000 (dak, kozijnen, installaties) € 0
Modernisering € 50.000 (keuken, badkamer – optioneel) € 0 (afhankelijk van verhuurder)
Gemeentelijke lasten € 30.000 (OZB eigenaarsdeel) € 0
Risico / onvoorzien Funderingsschade, lekkages Geen
Totaal “verloren” aan behoud € 205.000 € 0 (direct)
We kunnen in 2026 niet om de funderingscrisis heen. Voor kopers in gebieden met wisselende grondwaterstanden (zoals delen van de Randstad en Friesland) is onderhoud op de lange termijn een risicovol spel geworden.
Waarschuwing: Waar een huurder bij funderingsproblemen simpelweg zijn huur opzegt en verhuist, kan een koper geconfronteerd worden met een kostenpost van €60.000 tot €100.000. Dit valt niet onder regulier onderhoud en kan de volledige overwaarde van een woning verdampen.

Voor wie een appartement koopt in 2026, loopt het onderhoud via de Vereniging van Eigenaren (VvE). Dit lijkt op huren qua voorspelbaarheid (je betaalt een vaste maandelijkse bijdrage), maar je blijft wel eigenaar en dus verantwoordelijk voor extra inleggen als het reservefonds tekortschiet voor bijvoorbeeld de verplichte verduurzaming van het complex.
De vergelijking tussen onderhoudskosten bij kopen en huren is een afweging tussen risico en rendement.