February 8, 2026
3:55
November 5, 2025
February 8, 2026
420

In de financiële realiteit van 2026 is het kopen van een woning of het aanvragen van een aanzienlijke lening als alleenstaande een uitdagende opgave geworden. De woningprijzen en de kosten van levensonderhoud hebben ertoe geleid dat het combineren van inkomens, het zogenaamde 'fysiek of fiscaal partnerschap' de standaardmethode is geworden om voldoende leencapaciteit te genereren. Wanneer partners besluiten om gezamenlijk een financiële verplichting aan te gaan, kijkt de geldverstrekker niet simpelweg naar twee losse individuen, maar naar de gezamenlijke draagkracht van het huishouden. In 2026 zijn de regels voor het meerekenen van het tweede inkomen gunstiger dan ooit, maar er zijn belangrijke juridische en fiscale nuances waar koppels rekening mee moeten houden.
Het proces van inkomenscombinatie is in 2026 een samenspel van banknormen, Nibud-richtlijnen en de juridische vorm waarin partners hun leven hebben gedeeld. In dit artikel analyseren we hoe dit in de praktijk werkt en wat de impact is op de maximale lening.
De belangrijkste verandering die in 2026 volledig is ingebed in de bancaire systemen, is dat het tweede inkomen voor de volle 100% meetelt bij de berekening van de maximale hypotheek. Waar in het verleden het lagere inkomen slechts gedeeltelijk werd meegeteld (bijvoorbeeld voor 80% of 90%), erkent de wetgever nu dat de vaste lasten van een huishouden niet evenredig stijgen met de komst van een tweede verdiener.
Dit betekent dat als partner A € 50.000 bruto per jaar verdient en partner B € 40.000, de bank in 2026 rekent met een gezamenlijk toetsinkomen van € 90.000. Dit heeft een enorm hefboomeffect op de maximale leensom. Door deze volledige integratie van beide inkomens is de leencapaciteit van tweeverdieners in 2026 aanzienlijk gestegen ten opzichte van het vorige decennium, mits beide partners over een stabiel arbeidscontract of een geldige inkomensverklaring voor ondernemers beschikken.
Hoewel banken in 2026 vaak flexibel zijn, heeft de juridische vorm van de relatie invloed op hoe inkomens en schulden worden gecombineerd. Geldverstrekkers eisen doorgaans dat beide partners hoofdelijk aansprakelijk worden voor de lening.
Wanneer partners inkomens combineren, worden ook de schulden gecombineerd. Dit is een punt waar veel stellen in 2026 op vastlopen. Een lening wordt niet berekend op basis van het bruto-inkomen van de een minus de schuld van de ander; de schulden worden van het totale gezamenlijke toetsinkomen afgetrokken.
Heeft één van de partners een studieschuld bij DUO of een private-leasecontract? Dan wordt de maandlast hiervan in mindering gebracht op de gezamenlijke leencapaciteit. In 2026 kan een studieschuld van € 20.000 van één partner de gezamenlijke hypotheekruimte met wel € 35.000 tot € 45.000 verlagen. Het is voor partners essentieel om elkaars BKR-registraties en studieschulden volledig transparant te maken voordat zij een aanvraag indienen, omdat de bank beide dossiers als één risicoprofiel behandelt.
Het combineren van inkomens is in 2026 niet altijd een simpele optelsom van twee loonstroken. Vaak is de ene partner in loondienst terwijl de andere als zelfstandige (zzp'er) werkt.
In dit scenario wordt voor de loondienstpartner gekeken naar de werkgeversverklaring of de IBL-data van het UWV. Voor de zelfstandige partner moet in 2026 een Inkomensverklaring Ondernemer worden opgesteld op basis van de gemiddelde winst van de afgelopen drie jaar. Het risico wordt hierbij gespreid: de bank waardeert de stabiliteit van het loondienstinkomen, wat vaak helpt om de variabele aard van het ondernemersinkomen te compenseren. In 2026 zien we dat dergelijke 'hybride' inkomenscombinaties vaker leiden tot gunstigere voorwaarden dan wanneer twee zzp'ers samen een aanvraag indienen.
Naast de bank heeft ook de Belastingdienst een stem in hoe partners inkomens combineren. In 2026 is fiscaal partnerschap vaak een gevolg van het gezamenlijk kopen van een woning.
Fiscaal partnerschap stelt koppels in staat om met aftrekposten te schuiven. De belangrijkste is de hypotheekrenteaftrek. In 2026 mag de partner met het hoogste inkomen de volledige renteaftrek opgeven, ongeacht wie de rente feitelijk betaalt. Dit levert in de praktijk een grotere belastingteruggave op, omdat de aftrek plaatsvindt tegen een hoger belastingtarief. Het combineren van inkomens leidt hierdoor niet alleen tot een hogere lening, maar vaak ook tot lagere netto maandlasten door een slimmere verdeling van de fiscale voordelen.
Een cruciaal onderdeel van het combineren van inkomens in 2026 is het waarborgen van de continuïteit. Omdat de lening is gebaseerd op twee inkomens, ontstaat er een direct financieel gevaar zodra één van de twee inkomens wegvalt door overlijden of arbeidsongeschiktheid.
Geldverstrekkers adviseren (en verplichten soms) in 2026 een overlijdensrisicoverzekering (ORV). Hierbij verzekeren partners elkaar. Als partner A overlijdt, wordt een deel van de lening afgelost, zodat partner B de resterende lasten op basis van zijn of haar eigen inkomen kan blijven dragen. Het combineren van inkomens brengt dus de verantwoordelijkheid met zich mee om ook de risico's gezamenlijk af te dekken. Zonder een goede ORV of een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor beide partners is het combineren van inkomens voor een maximale lening in 2026 een riskante strategie.
Het succesvol combineren van inkomens is in 2026 de sleutel tot de woningmarkt, mits partners zowel de lusten van de verhoogde leencapaciteit als de lasten van de gezamenlijke verantwoordelijkheid en risico's begrijpen.